Oliva (HOT Games) – Ontwerper: Costa, Rôla – Illustraties: Marina Costa – Spelers: 1 – 4 – Speeltijd: 25 – 45 minuten – Leeftijd: 8+ – Nederlands: ja

De Nederlandse uitgever HOT Games heeft een opmerkelijke samenwerking met het Portugese Pythagoras. Dat leverde al Café op en vorig jaar Lata. En dit jaar duiken we de olijfhandel in met Oliva. Dave – die zelf geen fan is van olijven – bekijkt hoe goed het spel is.

Doel: Oliva is een spel waarbij je steeds een paar van je kaarten uit je deck mag gebruiken om acties uit te voeren. Kweek olijven, maak olijfolie en verkoop het, om de meeste punten binnen te halen.

Mechanismen: deck-building, set-collection

Werkwijze: Het valt niet mee om even snel uit te leggen hoe Oliva in elkaar zit. Elke speler begint met een reeks kaarten met acties erop. De spelers mogen twee van de vijf kaarten die ze getrokken hebben spelen.

Elke speler heeft een bordje met vier vlakken. Per beurt worden er twee vlakken gevuld met kaarten. Die worden geactiveerd. De kracht van die acties wordt bepaald hoeveel van die soortgelijke kaarten die ronde (en de ronde ervoor) gespeeld zijn.

Als er dus vier oogstkaarten open liggen, dan mag je – als je dan zo’n kaart speelt – vier oogstacties uitspelen.

Centraal in de markt liggen onder meer ook landenkaarten. Dan lever je olijfolie aan die landen. Je kan ervoor kiezen die opdracht te voldoen. Dan krijg je die landenkaart. Maar je kan ook de kaart kiezen en de opbrengst claimen. Dan komt de kaart in de bonusruimte te liggen. De landenkaarten leveren aan het einde van het spel jouw vlaggen van dat land ‘keer’ het aantal van die vlaggen in de bonusruimte op. Heb je er zelf vier en liggen er drie in de bonusruimte, dan is dat 12 punten (3×4).

Zoals in elk deckbuilding-spel kan je betere actiekaarten kopen, maar daarnaast ook einddoelen, die extra punten opleveren.

Componenten: Voor een spel met deze omvang, deze mechanismen en deze complexiteit is Oliva eigenlijk een vrij compact doosje. En er zit een hoop in, ook nog. Olijven, Olijfolie (allemaal blokjes), heel veel kaarten en vier speelborden. Nu zijn de speelborden wel wat dun (mogelijk zelfs wat onprettig dus), dus het past allemaal wel. Maar als je een licht, klein spelletje verwacht op basis van de doos… laat je niet in de maling nemen!

Interactie: Tijdens dit spel ben je alleen maar naar elkaar aan het kijken. Wat heb jij liggen, wie is er als eerste aan de beurt, wat heb jij nodig. Want het is in eerste instantie een voordeel als jij als laatste aan de beurt bent. Er liggen dan meer kaarten op tafel en de kans dat jouw actie sterker wordt, is best groot aanwezig. Maak de afweging wat anderen doen en anticipeer daarop. En wil de ander jouw actie ook doen, geen enkel probleem, tenzij jij eerder aan de beurt bent natuurlijk.

Oordeel: Het blijft een opmerkelijke samenwerking tussen HOT en Pytaghoras. Café werd heel goed ontvangen. Lata had een thema dat niet heel erg spectaculair was (het runnen van een conservenfabriek) en raakte daardoor een beetje in de vergetelheid. Maar Oliva krijgt meer aandacht en dat heeft het spel wel aan het mechanisme te danken. De manier waarop het deckbuilding-principe wordt toegepast is origineel, zorgt voor een onverwachte interactie met andere spelers en heeft een leuke uitdaging.

Het geeft een soort puzzel, waarbij je moet kijken wanneer welke actie het meeste oplevert. Aan de andere kant: het blijft een deck-builder en het zou dus zomaar kunnen dat je de ultieme kaart voor de ultieme actie nét niet trekt op het moment dat je die nodig hebt.

De tal van extra kaarten geven je de mogelijkheid om van strategie te veranderen. Maar de stapel is ook zo groot, dat je vooraf niet echt een strijdwijze kan uitkiezen, maar echt moet bepalen wat je gaat doen op basis van hetgeen je voorgeschoteld krijgt. Want wachten tot de goede kaarten opduiken (zeker bij de actiekaarten) heeft bijzonder weinig zin.

Zelf alle landenkaarten opeisen/binnenhalen kan natuurlijk. Maar zeven Italiaanse vlaggen, terwijl er maar één in de bonusruimte ligt, levert zeven punten op. Als je er nu twee extra doorschuift naar de bonusruimte, dan krijg je heel wat meer punten (5×3=15), maar dan is er wel het risico dat anderen ervan meeprofiteren.

Oliva is een vermakelijk spel met interessante mechanismen. Het spel is typisch een spel dat zich ‘laat ontdekken’. De eerste keer dat je het speelt ben je nog aan het uitvogelen van hoe bepaalde handelingen werken en vooral wat de uitkomsten zijn. En pas bij de tweede (of derde) keer heb je helemaal door hoe het werkt en hoe je ook fatsoenlijke opbrengsten kan opeisen.

Het spel schaalt goed van 2 tot 4 spelers (bij minder spelers heeft het spel wat meer ronden en komen er daardoor meer bonus-vlaggenkaarten bij).

Uiteraard kan het geluk je een beetje tegenzitten, vooral in de laatste ronde van het spel. Als dan net niet de goede kaarten voorbij komen die je nodig hebt om nog nét even die grote klapper te maken, dan kan dat wel tegenvallen. Maar dan kan je de kaarten en de stapel de schuld geven, maar misschien had je jezelf niet zo afhankelijk moeten maken van die kaartsoort.

De extra aandacht voor Oliva die het krijgt in vergelijking met voorganger Lata is terecht. Het spel speelt met wat ervaren spelers bijzonder vlot en doet nét even wat anders. Op meerdere vlakke zijn er interessante keuzes die gemaakt moeten worden. Ik heb daarom ook het vermoeden dat dit spel toch wel de grootste kans heeft om aan te slaan bij de wat meer ervaren spelers, die mogelijk uitgekeken zijn op de standaard deck-builders en net wat anders zoeken. Voor hen heeft dit spel absoluut een toegevoegde waarde.

Door Dave