Shake that City (HOT Games) – Ontwerper: Mads Floe, Kare Torndahl Kjaer –Illustraties: Olga Kim – Spelers: 1 – 4 – Speeltijd: 20 minuten – Leeftijd: 10+ – Nederlands: ja

Heb je altijd al een eigen stad willen ontwerpen, maar is plannen niet een van jouw sterkste kanten. Dan is Shake that City misschien iets voor jou. Shake that City is namelijk het enige bordspel waar stadsplanning niet draait om beleid, maar om hoe goed je een doos kunt schudden. 

Fabian besprak Shake that City uitgebreid in aflevering 83 van de Speloptafel-podcast. Die vind je hier.

Doel: In Shake that City proberen spelers in 15 rondes zoveel mogelijk punten te scoren. Dit doen ze door gebouwen op tactische wijze op hun spelersbord te plaatsen. De speler die na 15 rondes de meeste punten scoort is de winnaar van Shake that City.

Mechanismen: Tile Placement

Werkwijze: Spelers bouwen hun stad op een spelersbord met een raster van 6 bij 6. Spelers leggen hun bordje in precies dezelfde oriëntatie ten opzichte van elkaar.

Het spel bevat een dispenser waarin houten blokjes in 5 verschillende kleuren worden gestopt. Deze kleuren vertegenwoordigen de verschillende soorten gebouwen die in de stad worden gebouwd (Huizen, winkels, fabrieken, parken en wegen).

Elke ronde is er een actieve speler die de dispenser schud en op een knop aan de zijkant van het apparaatje drukt. Hierdoor vallen er aan de onderkant 9 blokjes op tafel, in een raster van 3 bij 3. De actieve speler kiest vervolgens 1 kleur uit het raster en moet deze in zijn stad bouwen, precies op de manier hoe de blokjes op tafel liggen. Dit patroon mag niet gedraaid of gespiegeld worden en mag andere gebouwen niet overlappen. Vervolgens moeten alle ander spelers ook een kleur kiezen om te bouwen, maar deze moet anders zijn dan de kleur van de actieve speler.

Bij het plaatsen van deze gebouwen moeten de spelers goed nadenken over waar zei deze plaatsen. Huizen scoren bijvoorbeeld minder punten wanneer je ze aan elkaar bouwt en wil je huizen absoluut niet naast fabrieken bouwen. Winkels scoren alleen punten als ze verbonden zijn met een weg  en parken scoren het best als ze zowel naast huizen als aan fabrieken worden gebouwd. Op deze manier proberen spelers op tactische wijze hun stad vol te bouwen.

Als er in totaal 15 rondes zijn gespeeld, volgt de puntentelling. Per type gebouw die spelers in hun stad hebben gebouwd worden punten toegekend. Ook heeft elke rij en kolom een voorwaarde om extra punten te scoren. Zo scoren sommige rijen/kolommen bijvoorbeeld punten wanneer deze volledig is volgebouwd, terwijl andere rijen/kolommen punten scoren wanneer er bijvoorbeeld 4 huizen zijn gebouwd.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie:

Componenten: De dispenser die bij het spel zit is een leuk bedachte toevoeging van het spel en werkt goed. De overige componenten voldoen prima, maar zijn niet noemenswaardig.

Interactie: Doordat de actieve speler een andere kleur moet kiezen dan de andere spelers zit er wat interactie in. In de praktijk merkte ik alleen dat je elkaar niet heel vaak in de weg zit en ben je vooral bezig met je eigen stad.

Dit artikel gaat verder onder deze advertentie:

Oordeel: Shake that City deed me denken aan Tiny Towns: kies een kleur en bouw het in je stad. Het idee van de dispenser met de patronen die je niet mag draaien of spiegelen voordat je ze in je stad plaatst, vind ik origineel en goed bedacht.

Toch miste het spel voor mij wat diepgang. Bijvoorbeeld, in Tiny Towns kun je spelers dwingen iets te bouwen in hun stad waar ze weinig of niets mee kunnen, wat hun plannen flink in de soep kan laten lopen. . In Shake that City is dat element minder aanwezig, waardoor het spel wat vriendelijker en voorspelbaarder aanvoelt.

Desalniettemin denk ik dat het spel, door de eenvoudige spelregels en de leuke toevoeging van de dispenser, zeker een groep zal aanspreken.

Fabian besprak Shake that City uitgebreid in aflevering 83 van de Speloptafel-podcast. Die vind je hier.

Door Fabian

Heeft de grootste collectie van alle reviewers van Speloptafel en is ook door de anderen benoemd als 'Chef veel te dure spellen'. Geen spel is hem te zwaar of te omvangrijk, maar houdt tegelijkertijd ook van deductiespellen met heel veel spelers.