The Good, The Bad and The Goat (White Goblin Games) – Ontwerper: Sergio Halaban – Illustraties: Weberson Santiago – Spelers: 2 – 5 – Speeltijd: 30 – 45 minuten – Leeftijd: 12+ – Nederlands: ja
The Good, The Bad and the Ugly is een Western-klassieker uit de jaren ’60. In deze bordspeltegenhanger probeer je je tegenstanders om de tuin te leiden en zo rijk mogelijk te worden. En het liefste splits je ze nog een geit in hun maag.
Review door: Dave
Doel: Verdeel karakterkaarten, met ieder een bepaalde functie over je tegenstanders. En zorg ervoor dat je zelf de meest interessant weet te krijgen.
Mechanismen: Karakters, Set Collection
Werkwijze: In een niet nader te noemen stadje in het Wilde Westen staan meerdere gebouwen en zijn ook meerdere mensen. Iedere speler krijgt twee (of drie bij twee spelers) van die karakters en hun bijbehorende acties.
Het spel kent locaties die je wel kunt voorstellen bij een Western-film. Van de saloon, de bank en de winkel tot aan de goudmijn. En op al die plekken horen karakters. Zo krijgt de winkeleigenaar aan het einde van de ronde het proviand uit de winkel, terwijl de sferrif de bandiet en de charlatan oppakt (en daar geld voor krijgt). Maar de scherpschutter schiet de sherrif neer, voordat die kan toeslaan.
Elke rond krijgt één speler vier karakterkaarten. Deze mag hij of zij aanbieden aan een van de andere spelers met de mededeling: dit is een danseres/bankier of wat dan ook. Daarbij mag die speler alleen karakters noemen die daadwerkelijk op handen is.
De andere speler mag kiezen of hij of zij die kaart aanneemt. Als hij of zij dat doet, dan krijgt die persoon de kaart en voert die de bijbehorende actie uit. Vaak komt dat neer op het verkrijgen van bepaalde goederen of geld.
Als de speler weigert, dan gaat de kaart naar degene die de kaart heeft aangeboden. Het kan natuurlijk zo zijn dat de opmerking van de deler niet klopt en dat er heel wat anders aangeboden is. Een karakter die veel minder oplevert of zelfs helemaal niets. Zo zit er bijvoorbeeld een geit in het spel die helemaal niets doet, maar dus wel een van je twee rollen inneemt. Een complete verspilling dus.



Alle karakters worden bij onthulling meteen uitgevoerd, met uitzondering van de personages in de Saloon. Die worden aan het einde van de ronde in een vaste ronde afgewerkt. Zoals eerder gezegd worden de bandiet en charlatan gearresteerd door de sheriff, maar als de scherpschutter (die als eerste aan de beurt is) in het spel zit, dan wordt de sheriff uit deze ronde verwijderd, voordat’ie in actie komt. En dat houdt in dat de bandiet ook geactiveerd wordt.
Na drie ronden (vier met twee spelers) zit het spel erop. Alle verzamelde goederen en geldstukken worden verzameld en opgeteld.
Componenten: Het spel stelt qua componenten niet zoveel voor. Wat kaarten, wat locatiekaarten, wat kartonnen fiches en kartonnen munten.
Interactie: Dit spel draait om interactie. Het is een spel van bluffen, onderhandelen (waarbij alles is toegestaan, van het doen beloftes later in het spel tot aan het doen van de afwas) en je opponenten te slim af zijn.

Oordeel: The Good, the Bad and the Goat is op papier een best leuk spel. Maar in de praktijk komt er teleurstellend weinig van terecht.
Je moet de tegenstanders om de tuin leiden met de opmerking ‘dit is kaart A’ in de hoop dat de ander die kaart dan pakt of juist niet. Maar in de praktijk is dat een compleet nutteloos mechanisme. Je kan wel zeggen dat je een bepaalde kaart aanbiedt (wat wel of geen leugen is). Maar de andere speler weet dan dat daar helemaal niets van waar hoeft te zijn. Een goede kaart aanbieden en als slecht verpakken (‘dit is de geit’) zegt ook niets. Of het is wel de geit of de ander probeert zelf een superkaart binnen te slepen. Het hele toneelstukje met ‘dit is kaart X’ heeft geen enkel effect en gaat op een gegeven moment zelfs irriteren.
Het spel heeft meer locaties als er meer spelers meedoen. Maar dat houdt wel in dat er zo weinig plekken zijn, dat er nauwelijks plaatsen komen waar heel veel grondstoffen/munten op komen te liggen om ze interessant te maken. Veel karakters leveren daardoor één muntje of één grondstof op. En dat is nauwelijks iets om je heel druk om te maken. In de meeste gevallen zit je dus te knokken om kruimels.
Het spel wordt interessant als de Saloon wordt afgewerkt en eigenlijk in de aanloop daar naartoe. Ik heb de bandiet, komt de sheriff nog langs of redt iemand met de scherpschutter.
In feite is The Good, The Bad and the Goat een niet al te ingewikkeld spel. Maar hoe de makers het voor elkaar gekregen hebben om de regels toch nog zo ingewikkeld te krijgen, is geen reclame voor het spel. Omdat iedereen twee rollen dient te krijgen, komt er een (als er nog maar één speler over is die kaarten kan ontvangen) assistent-deler, die vervolgens alle kaarten moet pakken en die een voor een moet aanbieden aan de laatste speler. Het is gekunsteld en ook nog eens omslachtig uitgelegd.
Het idee dat achter Goed-slecht-geit zit is in de basis leuk. En zeker bij het Saloongedeelte komt dat er ook wel een beetje uit. Maar verder valt het tactisch en qua interactie best wel tegen. Het spel belooft vooraf dus veel intrige, beloften en blufwerk, maar daar kwam weinig van terecht.
Als je liefehebber bent van dit soort spellen met geheiem rollen, dan is eerder Macchiavelli of zelfs Love Letter aan te raden.
