Het zal allicht voor veel bordspel-fanatiekelingen een droom zijn. Dat je een spiksplinternieuw spel mag beoordelen, er een oordeel over mag vellen, er een stuk over schrijven en dat vervolgens dan door vele duizenden mensen wordt gelezen. Voor Lucas Brouwers is dat de waarheid. Een paar keer per jaar mag hij namens NRC lekker een pagina vullen over bordspellen. “En zolang mensen nog spellen met me willen spelen, blijf ik dit met alle plezier doen”.
Speloptafel sprak zeer uitgebreid met Lucas Brouwers in aflevering 99 van de Speloptafel-podcast. Die vind je hier.
Het komt niet zo vaak voor dat er in kranten tegenwoordig artikelen staan over bordspellen, maar als het NRC stukken schrijft over onze hobby, dan pakken ze flink uit. Vaak een hele pagina (of meer) met tal van toppers op dat moment. En Lucas mag die pagina’s vullen.
Maar denk niet dat hij zomaar een redacteur is die dit er even bij doet. “Dit is een Geeknson-tafel”, zegt hij met een glimlach van oor tot oor. “Wel een beetje de eyecatcher van de kamer.”
Achterin de kamer, die in huize Brouwers ‘het atelier’ wordt genoemd staat een metershoge kast, waar tal van toptitels bewaard blijven. “De veel gespeelde titels staan op ooghoogte, zodat je ze makkelijk kan pakken.”
Het verhaal van Lucas is voor veel bordspelfans behoorlijk herkenbaar. Opgegroeid met spellen als Monopolie en Triviant. En via spellen als Pandemie (‘gekregen van wat vrienden tijdens een studie in Duitsland, meteen diezelfde avond drie keer gespeeld’) werd de hobby aangewakkerd tot het niveau waar het nu is. En nu prijken spellen als Arkham Horror en Final Girl in de spellenkast.
Als jonge medewerker op de Wetenschapsredactie zat hij bij Hendrik Spiering, degene die de bordspellenstukken schreef voor NRC. “En dan heb je het onderling vaak over spellen”, legt Lucas uit. “En toen vroeg hij of ik een seizoen dat samen wilde doen. En later, heel genereus, of ik dat wilde overnemen. Ik dacht, ja, dat vind ik geweldig. En sindsdien heb ik de traditie voortgezet.”

Lucas Brouwers (37) is adjunct-hoofdredacteur bij NRC, waar hij onder meer verantwoordelijk is voor de podcast-afdeling. Daarnaast is hij chef van de wetenschapsredactie en schrijft hij dus ook over bordspellen. Dat kent vooral een piek in december, voor de feestperiode en vlak voor de vakantieperiode als tips worden gegeven voor cadeaus of om mee te nemen op vakantie.
Hoe kies je uit welke spelen er gerecenseerd worden?
“Dat mag ik dus zelf bepalen. Mijn idee erachter is dat ik zie dat NRC een groot publiek heeft. We bereiken veel mensen. Die mensen willen we wat vertellen, niet alleen wat er gebeurt in de wereld, maar ook wat de moeite waard is. Dat doen we heel structureel met boeken. Met bordspellen gebeurt dat iets infrequenter. Dus ik heb een langere tijd om daarover na te denken. Wat zou interessant zijn voor een groot publiek? En dan wil ik daar ook een beetje een mix in dat aanbod. Iets voor twee spelers, iets voor mensen die een complex abstract spel aankunnen. En ook wel een makkelijk spel, zeg maar de partykant op. En dan zorgen dat je een goede mix hebt. En omdat we infequent schrijven over spellen, moeten het wel spellen zijn die de moeite waard zijn.”
“In december heb ik dus Flip7 geresenceerd, dat kun je zo op tafel trekken. Maar ik heb ook Bomb Busters gerecenseerd, omdat het een coöperatief pel was. Ik vond de missiestructuur heel tof. En ik den kdus ook met een potentieel dat veel mensen dit kunnen spelen dat het goed past op het familieniveau. En dit keer zat ook Radlands erbij. Maar voorgaande jaren zat bijvoorbeeld ook Ark Nova erbij.”
Hoe bouw je zo’n recensie op?
“Je moet wel duidelijk maken voor wat voor soort speler zo’n spel is. Ik heb wel eens Arkham Horror de hoogste score gegeven en toen sprak ik later een bordspelwinkeleigenaar, die zei dat er een gepensioneerd echter vroeg om Arkham Horror. Ja, dat hoort een beetje beij het erebik en ik probeer in de recensie echt duidelijk te maken van voor wie het spel is. Dan schrijf ik bijvoorbeeld ‘dat het een spel is voor als je je hersens wil laten kraken’ en ‘voor mensen die echt al wat meters in de bordspellenwereld achter de rug hebben’.”
In hoeverre is het anders dan bijvoorbeeld schrijven voor een bordspellenwebsite, denk je?
“Het valt mij op dat bordspellenrecenties op gespecialiseerde sites vaak diep ingaan op de regels. Ze proberen een heel compleet beeld te schetsen van hoe het in elkaar zit. En wat ik probeer is meer het gevoel over te brengen. Van ‘zo voelt het om dit spel te spelen’. Ik geef een beeld van hoe de flow en de ervaring van het spel zijn. de ervaring. En ik denk dat als je een site bent die bordspellen recenseert, dan heb je ook een geïnteresseerd publiek. Dan wil je ook precies uit kunnen leggen waarom de ene worker placement game, waarin die dan verschilt van die andere worker placement game.”
“De bordspellenwereld heeft natuurlijk een hele eigen taal met termen als eurogame, tricktaking enzvoort. Dat zijn allemaal termen die ik hier wel durf te gebruiken. Maar ik moet bij NRC een lezer voor ogen houden. En moet ik dan hartenjagen als referentiepunt nemen of juist iets anders. En ik word met 400 tot 500 woorden ook nog eens begrensd in de ruimte, dus je moet het ook beknopt uitleggen.”
“Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen zelf een inschatting kunnen maken van ‘is dit iets voor mij’. Daarom is het belangrijk om die ervaring in het stuk te zetten en toch een goede indruk te geven, waardoor een lezer zelf het oordeel kan vormen. Spreekt dit mij als lezer aan?”
Is twee keer per jaar schrijven over bordspellen genoeg?
“Nee, ik denk niet dat het genoeg is. Ik lees zelf al veel meer over wat er speelt in de wereld van de bordspellen. Ik volg ook Boardgamegeek en lees dingen op subreddit. Voor een liefhebber is het zeker niet genoeg.”
“Maar voor het algemene publiek die misschien twee keer per jaar een spel kopen denk ik dat het misschien wel genoeg kan zijn. Dat zijn niet de mensen die zoals jij en ik elke maand kijken van ‘wat is er nu uitgekomen’ en ‘waar heeft iedereen het over’.
Is dat ook geen kip-ei verhaal? Zodra er meer geschreven wordt over bordspellen, neemt de interesse ook toe, enzovoort…
“Voor een deel is dat misschien wel zo. Ik zie een vergelijkbare discussie bij videogames. Daar vinden de traditionele media het ook lastiger om daar structureel aandacht voor te brengen. Voor een deel is dat kip-ei. Maar voor een deel is dat traagheid. Dat boekenkatern bestaat al heel lang. Boeken zijn al anderhalve eeuw bonton om over te praten en om daar hele discussies over te hebben. De bordspellenhobby is jonger.”
Maar wordt daar wel eens over gesproken op de redactie?
“Jawel. Maar het is ook een discussie over het publiek dat je nu al bereikt versus publiek dat je misschien wil bereiken en wat daarbij speelt is dat er ook nog een groot media-aanbod is van sites en podcasts die over spellen berichten en dat gratis doen. Dat zie je ook bij de game-industrie. Dat aanbod is zo groot, maar er zijn er maar heel weinig die daar genoeg inkomsten uit genereren. Kijk, bij NRC is de bordespellenrecensie deel van een bundel. En ik weet dat ik veel impact heb met recensies soms, maar ik weet ook dat er weinig mensen zullen zijn die zullen zeggen ‘ik heb een NRC-abonnement vanwege de bordspellen-recensies. En dus is het de vraag of je met zo’n grote investering vanuit de redactie kunt verantwoorden.”
Nu zei uitgever Michiel de Wit van Gamin’BIZ onlangs in een interview met het FD dat er op dit moment meer mensen zijn die spellen spelen dan literatuur lezen. Toch is er wel een boekenbijlage en geen bordspelbijlage
“Dat is een hele terechte signalering. En ik denk dat daar, als liefhebber, want dat ben ik ook, dat zie ik als rijkdom. Sommige bordspellen zijn op het kunstzinnige af. Anderen hebben een hele massa mensen bereikt. Maar dan kom je toch weer terug bij die vraag ‘zit de lezer daarop te wachten?’ Dat is toch een vraag waar we niet lichtzinnig voorbij een moeten gaan. En dat heeft soms tijd nodig. Tien jaar geleden hadden we ook nauwelijks aandacht voor series bijvoorbeeld. Maar door de groei van Netflix en Amazon is daar steeds meer aandacht voor.”
“Dus misschien is die bordspellenbijlage er over een paar jaar wel. Nu weet ik niet of die dan ook als bijlage verschijnt, want papier, dat is wel wat. Maar wie weet.”
Hoe lang wil je nog doorgaan met het recenseren van spellen?
“Zolang hier mensen komen om spelletjes te spelen, vind ik het hartstikke leuk. Mijn kinderen worden steeds ouder, dus die kunnen ook steeds beter meespelen. Dus de oudste speelt wel Quirkle mee. Die keek al met heel veel interesse naar harmonies toen we dat tijdens de kerstvakantie aan het doen waren. Van, mag ik ook eens meedoen? Nou ja, dat was nog een beetje alsof ik two-handed aan het spelen was. Maar weet je wel, ik zag wel van, oh ja, hier gaat wel een luikje open. Ja, dus zolang mensen het leuk vinden om een spelletje met mij te spelen, vind ik het ook leuk om een spelletje met anderen te spelen.”
