Bordspellen speel je samen, maar je bent natuurlijk wel afhankelijk van die andere spelers. Maar wat doe je als die andere mensen net even anders denken over het spelen van een spel in hun gedrag. Speloptafel maakte een lijst met tien vreselijke dingen die ze bij andere spelers voorbij zie komen. En als je het doet… stop er dan even snel mee!

Deze lijst is samengesteld op basis van de top 5-lijstjes van Karsten, Eddy, Dave en Fabian, die is uitgezonden in de Speloptafel-podcast 107. Die vind je hier. De ergernissen gaan uiteraard over andere mensen en niet over jou. Jij bent fantastisch. (We willen voorkomen dat straks niemand meer met ons wil spelen).

De ergernissen staan in willekeurige volgorde:

1. De Telefoonzombie

De telefoon is tegenwoordig niet meer weg te denken, maar het lijkt wel de grootste vijand van een gezellig avondje bordspellen spelen te zijn. Ze luisteren niet wat anderen tegen ze zeggen, hebben niet door dat ze inmiddels aan de beurt zijn en het ziet er gewoon erg ongeïnteresseerd uit.

Fabian: “Continu met hun telefoon in hun hand. Dan zitten ze weer Instagram te checken. Echt bloedirritant.”

Karsten: “Zeker als iemand tijdens de uitleg ook op de telefoon zit te kijken. Wij hadden dat een keer bij een potje Libertalia. Iedereen snapte het. Totdat de telefoonzombie aan de beurt was. Die had geen idee hoe het spel werkte. Wat moet ik nu doen? Hoe gaat dat? We hebben het er zoveel jaar later nog steeds over.”

2. De onvoorzichtige speler

Sommige mensen zijn bijzonder zuinig op hun spullen en al helemaal met hun dure spellen. Maar wat voorzichtig is, daar denken sommige mensen nog wel eens andere over.

Karsten: “Ik had Ark Nova gekocht. En toen het spel voor het eerst op tafel kwam, zat er zo’n dikke stapel bij. En het enige moment dat een bordspeler een beetje cool kan zijn is bij het maken van een riffle shuffle. Ik raakte meteen volledig gestressed en dacht van binnen ‘wat doe je nou?’. Zeker bij een spel dat best wel veel geld heeft gekost.”

Eddy: “Kijk als je de riffle shuffle goed uitvoert, dan valt dat nog heel erg mee. Dan raken de kaarten niet zo beschadigd. Ik heb er meer moeite mee als mensen zo’n kaart oppakken, met de duim aan de ene kant, vingers aan de andere kant en dan omhoogduwen. Alsof ze zo’n kaart in de houdgreep hebben of alsof ze een pak yoghurt aan het uitknijpen zijn. Dan denk ik ‘je bent heel mijn spel aan het slopen’ en ik kan die kaarten niet meer gebruiken, want ik kan aan de achterkant al herkennen welke het is. Vreselijk.”

3. Kingmaker

De Kingmaker is een Engelse term voor een spelers die bepaalt wie het spel gaat winnen. Die maakt dan zo’n actie (vaak bewust) dat één speler er daardoor met de winst vandoor gaat.

Karsten: “Ik speelde een keer Zoo Vadis. Dat vind ik echt een leuk spel. Je bent bondjes aan het smeden en het ging er echt om spannen. De nummers 1 en 2 lagen dicht bij elkaar. En plots zegt iemand ‘ik geef al mijn muntjes aan de nummer vier en die wint daardoor en jij niet’. Toen dacht ik echt ‘wauw’, dit verpest echt het spel. Echt een hele nare actie.”

4. Uitlegterrorist

Deze is op verschillende manieren uit te leggen. De uitleg is natuurlijk heel erg belangrijk. Maar daar is niet iedereen het mee eens. We hadden het al even over de telefoonzombie, maar je kan ook actief de uitleg om zeep helpen en daarmee ook bij voorbaat al het spel verpesten.

Zo heb je de ongeduldige speler, die totaal niet zit te luisteren, alleen maar met eigen vragen komt, die totaal niet relevant zijn en aan het einde van het verhaal nog steeds geen beeld heeft van hoe het spel gespeeld moet worden.

Of er is de ‘we leren het wel als het spel bezig is’-speler. Fabian: “Die willen alleen maar beginnen en meteen willen beginnen. Ik denk dan ‘je weet letterlijk niet eens wat je moet doen’, om vervolgens te gaan klagen dat het allemaal zo moeilijk is. Bloedirritant.

5. Niet opletten tijdens het spel

Niet opletten bij de uitleg kwamen we al tegen, maar het niet opletten tijdens het spel is ook een keiharde ergernis. En dat kan verschillende redenen hebben.

Dave: “Je hebt van die mensen die beginnen een hele sociale samenvatting van hun afgelopen week, of misschien wel langer. Die doet het met die en die ander weet daar niks van. En als ze dan doorkrijgen dat ze aan de beurt zijn, moeten ze nog gaan nadenken over wat ze doen. Vergelijk het maar met de persoon die in de rij staat bij de snackbar. Sta je al tien minuten te wachten en te kleppen, ben je aan de beurt, en dán pas ga je bedenken wat je wil. Vreselijk.”

6. Alpha-speler

De alpha-speler is de speler die aan tafel wel eventjes bepaalt wat jij moet spelen. Vaak ook nog uit goede bedoelingen, tenminste, dat denkt de alpha-speler, maar in feite neemt hij (of zij!) het hele spel over. Het is vooral een ramp bij coöperatieve spellen.

Fabian: “Het lastige is bij dit soort spelers is dat ze vaak dingen zeggen waar geen speld tussen te krijgen is. Wat ze zeggen klopt ook gewoon. Maar ik had het wel graag zelf willen bedenken. Er zijn zat mensen die coöperatieve spellen niet leuk vinden dóór die alpha-speler.”

Eddy: “Maar je hebt ook mensen die in niet-coöperatieve spellen de alpha-speler uithangen. Ja, je kan dit en dat ook nog doen. En kijk, voor de beginnende speler is dat fijn. Maar soms denk je ‘dat had ik ook wel gezien’ of ‘jij weet niet wat ik nog in mijn handen heb, dus ik ga dat nu niet doen’. Dat is ook het vervelende eraan. Iemand die zo met je mee zit te kijken, die denkt dat jij niet snapt wat je aan het doen bent, maar je hebt het heus wel door. En dat ongevraagde advies is zo irritant.”

7. Zet=zet-speler

De zet=zet-speler is eigenlijk een omschrijving voor de speler die puur naar de letter van de wet, oh sorry, het spelregelboek, handelt. Totaal geen enkele vorm van flexibiliteit of ‘natuurlijk mag je dat nog even terugdraaien’, maar puur volgens de regels.

Fabian: “Deze kom ik gelukkig niet vaak tegen, want mijn bloed begint alweer te koken zeg. Je hebt soms dat je iets doet in een spel en dat valt niet terug te draaien. Dat je bijvoorbeeld een kaart trekt en dat is net hetgeen dat je niet nodig hebt. Dan is terugdraaien niet te doen. Maar soms doe je dingen in een spel waarvan je achteraf een beetje spijt hebt. Dus dan vraag je of het goed is dat je wat anders doet. En de zet=zet-speler komt dan met ‘nee, nee, nee, je hebt het gedaan’. Ik ga daar zo slecht op.”

8. Uitmelker

De uitmelker is iemand die echt tot het gaatje wil gaan. Is er nog de mogelijkheid om een paar extra puntjes te pakken, dan springt de uitmelker er bovenop. Want een avond is pas geslaagd als de tube met punten tot het allerlaatste beetje is uitgeperst.

Fabian: “Neem bijvoorbeeld Terraforming Mars. Daar heb je bepaalde blauwe actiekaarten. En ook al is het duidelijk dat ze hebben gewonnen, ze moeten er alles uit weten te persen. Ze gaan maar door, ook als het spel daardoor een half uur langer duurt. Dat interesseert ze helemaal niks. Nou dan ga ik gewoon even een biertje doen ergens. Ik kom over een half uur wel terug om te zien hoe het is geworden. En natuurlijk, sommige mensen spelen tegen hun zelf omdat ze een vorige score willen verbeteren. Maar het is zó irritant.”

9. Whining Winner

Deze speler kom je helaas ook vaker tegen dan je zou willen. De man of vrouw (of kind) dat het hele spel zit te jammeren en te zeuren dat het zo slecht gaat. En aan het einde van het spel blijkt – wonder-boven-wonder – dat ze in één keer gewonnen hebben.

Dave: “Oh, het gaat zo slecht en ik krijg het maar niet voor elkaar. Vaak ook nog in de combinatie met ‘waarom moeten jullie mij altijd hebben’. En dan als een wonderbaarlijke wederopstanding hebben ze plotseling gewonnen. Hoe krijgen ze het toch voor elkaar. Overigens beschuldigt mijn vrouw mij ervan dat ik het doe en andersom ook. En een van mijn twee zoontjes is er ook erg goed in. Misschien is het wel een familiedingetje.”

10. De speler met snackvingers

Wat misschien wel de meeste discussies op kan leveren is het onderdeel snacks. Want het is leuk en aardig dat iemand chips zit te eten aan tafel, liefst nog in combinatie met een dipsausje, maar die handen zitten vervolgens ook weer aan de spelonderdelen.

Karsten: “Je hebt een mooi nieuw spel op tafel liggen. En je ziet iemand die pakt even een stukje worst en die gaat ermee door de saus. En dan likt hij zijn vingers nog eens even lekker af. En dan weer vol aan het spel. Daar ga ik heel slecht op. Ik ben heel voorzichtig met mijn spullen en wil het graag netjes houden. Maar het is dus een sociaal moeilijk moment. Jij wilt niet degene zijn die hen verbiedt te eten. Maar bij de spellenavonden bij mij thuis zijn ze inmiddels wel zo afgetraind, dat ze nu weten hoe ik dat wil.”

Door Dave