Iedereen hoopt natuurlijk de nieuwe Tomas Holek te ontdekken of dat het komende nieuwe talent met de eerstvolgende Wingspan aan komt. Waar de nadruk de laaste jaren bij veel uitgevers lag bij vertalingen van buitenlandse spellen, beginnen de uitgevers steeds meer te mikken op eigen titels, waarbij nieuwelingen een kans krijgen. Het is mikken op de hoofdprijs, maar bestaat er ook het gevaar dat die vijver op een gegeven moment is leeggevist?
Het is een jaarlijks terugkerend fenomeen. Jolly Dutch laat eens in het jaar een groep aspirant-spelontwerpers langskomen. Daarbij worden tientallen ontwerpen bekeken en getest. En de titels die het best bevallen, die worden op de markt gebracht.
En zo gaat het dus al jaren. Inmiddels zijn in de Jolly Dutch al bijna dertig titels uitgebracht. Sommige titels komen van de eigen medewerkers, maar er zijn dus ook tal van titels die door beginnende auteurs gecreëerd zijn.
“Wij zijn vanuit Jolly Dutch gestart vanuit de liefde voor spellen en zijn met ons eerste spel in gesprek gegaan met Nederlandse uitgevers om het op de markt te krijgen”, zegt Alexander Kneepkens van Jolly Dutch. “We merkten dat het heel moeilijk was omdat er nagenoeg geen ruimte was voor zelf ontwikkelde titels. Ik denk dat de ‘semi-zekerheid’ van hitjes uit het buitenland teveel lonkt. Wij brengen deze titels nu door vanuit idealisme: de Nederlandse spelauteur een springplank bieden.”
Grofweg gezien bestaan er twee typen spellen op de Nederlandse en de Vlaamse markt. Allereerst zijn er de eigen titels, waar het grotendeels in dit verhaal over gaat. Daarnaast zijn er ook de vertalingen of localisaties. Dat zijn titels de in het Nederlands uitgebracht worden, maar eerder in een andere taal of in een ander gebied zijn uitgebracht. Uitgevers als 999 Games en White Goblin Games werkten de afgelopen jaren veel met dit soort localisaties.
Volgens Kneepkens is er vrij veel potentieel te vinden in de Nederlandse bordspellenmarkt. “Per week krijgen we 5 tot 6 concepten opgestuurd”, vertelt hij verder. “Een groot deel daarvan lijkt op Monopoly of Mens Erger je Niet. Onze 110-wedstrijd (de kaartspel-auditie, red.) levert vaak tussen de 30 en 50 serieuze inzendingen op.”
Naast Jolly Dutch werkt het Spellenmaakgilde al jaren met ontwerpers die hun eigen titel in de markt proberen te krijgen. Zij worden begeleid bij het proces en komen bijvoorbeeld via kickstarter op de markt, via Amsterdam Board Game Design.
Keuze
Maar de laatste jaren komen er steeds meer bedrijven bij die ervoor kiezen om in de eigen achtertuin op zoek te gaan naar bordspellentalent. 999 Games komt met een auteursdag. Ook Gam’inBIZ biedt ook een mogelijkheid om ontwerpen in te sturen. Happy Meeple Games heeft aangekondigd dat ze meer gaan richten op eigen titels, van Vlaamse bedenkers en White Goblin Games bracht dit jaar al vier eigen titels op de markt.
Het meest succesvolle geval lijkt Tucker’s Fun Factory te zijn, die de toen compleet onbekende Stan van Rooijen binnenhaalde met Locus. Die titel wordt nu in meerdere landen uitgebracht.
Ook Michiel de Wit van Gam’inBIZ begint vrijwel meteen over idealisme. “De gedoe met licentietitels kan een beetje leeg aanvoelen. Het is vooral marketing, sales en logistiek. Daar gaat het hart van een creatieveling niet echt harder van kloppen. Zelf iets maken is veel leuker, veel bevredigender. Het heeft iets romantisch. Samen een spel bedenken, uitwerken, zien groeien en in de markt zetten.”
Want idealisme is leuk, maar onderaan de streep gaat het bij het uitgeven van spellen toch echt over het verdienen van geld. Ook Gam’inBIZ heeft succes met het vertalen en in het Nederlands uitbrengen van spellen, met titels als Pixies en Sea Salt & Paper. “Want het ontwikkelen van eigen titels is in verhouding heel duur en onzeker. Maar je hoopt op een internationale doorbraak. Maar die kans is klein. Van een goede eigen titel kan je veel profijt hebben. De kosten voor ontwikkeling zijn vrij groot, maar als je de titel in het buitenland weet te verkopen, levert dat vrij veel geld op, terwijl je zelf nauwelijks risico loopt.”

Vissen in dezelfde vijver
Nu zoveel uitgevers besluiten om allemaal zelf te gaan scouten, is het de vraag of de markt in Nederland en Vlaanderen daar wel groot genoeg voor is.
“Absoluut”, zegt Kneepkens van Jolly Dutch. “De vijver van potentiële spelauteurs is enorm, dus er is voldoende ruimte. Het feit dat 999 Games haar marketingmachine inzet om spelauteurs met ideeën te vinden, vind ik erg positief. Er komen tienduizend mensen naar hun outlet sale en via hun nieuwsbrief horen mensen allemaal over die auteurswedstrijd. Vind ik het jammer dat ze exact dezelfde timing aanhouden die we al vijf jaar hebben voor onze wedstrijd, dat dan weer wel.”
Maar wordt het dan niet moeilijker om de ruwe diamantjes te vinden? “Nee, ik denk dat het eerder helpt, om Nederlandse spelauteurs serieuzen te laten nemen in het buitenland”, gaat Kneepkens verder. “Neem Lars Jansen. Die heeft al bij meerdere uitgevers spellen gepubliceerd. En er komen steeds meer auteurs die bij verschillende Nederlandse uitgevers een spel hebben.”
Daarnaast is er tegelijkertijd ook een andere beweging zichtbaar, zegt De Wit van Gam’inBIZ. “Het is ironisch dat terwijl nu alle uitgevers op eigen titels mikken er ook steeds minder interesse lijkt te zijn voor localisaties. En dat speelt niet alleen hier, maar ook in het buitenland. Daardoor hebben die ruwe diamanten dus een tamelijk kleine kans om internationaal opgepikt te worden.”
